Werken voor een hongerloon: de stilte rond armoede op Curaçao

· - leestijd 3 minuten
Afbeelding
Foto: Dick Drayer

In deze opiniebijdrage reageert opiniemaker Erwin Raphaëla op uitspraken van bankier Chicú Capriles over de Curaçaose arbeidsmarkt, een jaar geleden. Volgens Raphaëla wordt te gemakkelijk naar werknemers gewezen, terwijl lage lonen, gebrekkige pensioenvoorzieningen en structurele armoede buiten beeld blijven. Hij pleit voor een eerlijker debat over wie profiteert van economische groei en wie achterblijft.


door | Erwin Raphaëla

Al geruime tijd weten alle burgers en instanties die opkomen voor sociale rechtvaardigheid op Curaçao dat wij moeten opstaan ter verdediging van zo’n grote groep Curaçaoënaars die achterblijven. In deze groep bevinden zich veel ouderen en gepensioneerden. Zij leven in werkelijke armoede en ellende. Zij lijden honger. Zij zijn ondervoed. Zij bekommeren zich dagelijks om hun bestaan. En daardoor moeten zij schulden maken om te kunnen kopen wat zij nodig hebben.

De prijzen van voedsel in winkels en supermarkten zijn onbetaalbaar, terwijl de inkomens laag zijn. Ook de problemen op het gebied van huisvesting en vervoer zijn zwaar.

Inmiddels is bij herhaling aangetoond dat van alle landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden Curaçao het armst is. En toch gaat het leven gewoon door alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Wie niet te eten heeft en niet rond kan komen, krijgt het signaal: “Zoek het zelf maar uit”.

Ben je oud, in de pensioengerechtigde leeftijd? Ben je gehandicapt? Heb je een laag inkomen? Dat is jouw probleem!

Schuld afgeschoven op het slachtoffer

Zonder dat het wellicht zijn bedoeling is, schuift Chicú Capriles in zijn interview de schuld van de sociale malaise af op de slachtoffers zelf. Want op geen enkel moment gaat hij in op de oorzaak van de situatie.

Chicú Capriles zegt met droge ogen: “Iedereen die wil werken, kan werk vinden.” Vervolgens stelt hij dat de moratorium versoepeld moest worden om meer werknemers uit het buitenland te halen, terwijl er nog steeds werkloosheid is op Curaçao. Ook refereert Chicú Capriles aan de kwaliteit van de dienstverlening in de toerismesector, met de opmerking dat deze volgens zijn zegslieden verbetert.

Kortom: alle aandacht van Chicú Capriles gaat uitsluitend uit naar de werknemer.

En het loon dan?

Chicú Capriles zegt absoluut niets over de hoogte van de inkomens. Het minimumloon op Curaçao ligt aantoonbaar onder het bestaansminimum. Dat betekent: hoe hard en hoe goed de Curaçaose werknemer ook werkt, hij blijft in armoede. Want het geld dat hij ontvangt, is onvoldoende om van te leven.

Ondertussen kunnen buitenlandse werknemers die naar Curaçao komen met zes,zeven of zelfs acht personen in één appartement wonen. Zij kiezen ervoor om slecht te eten en in grote schaarste te leven, om geld naar hun familie in het buitenland te kunnen sturen.

Bovendien kunnen werkgevers zware druk op hen uitoefenen om overuren te draaien en uitbuiting te accepteren. En dan nog niet te spreken over pensioen. Op Curaçao is dat onvoldoende ontwikkeld. Het is nog steeds mogelijk om 30 tot 40 jaar te werken voor een schamel loon, om daarna geen enkel recht op pensioen te hebben.

Tijd voor een eerlijk gesprek

Natuurlijk is het referentiekader van Chicú Capriles niet dat van de werknemer in de toerismesector.

Het is lovenswaardig dat een prominent figuur uit de bancaire sector zijn mond opendoet en zijn mening geeft. Op die manier kan tenminste een wat gezonder publiek debat op gang komen over de werkomstandigheden van werknemers op Curaçao.

Op dit moment is het bij armoede op Curaçao eenvoudig om het gesprek te verdraaien. De schuld wordt dan afgeschoven op vaders die hun verantwoordelijkheid in het gezin niet nemen en op andere familieproblemen.

Men staat niet stil bij het feit dat veertig procent van de werknemers op Curaçao het minimumloon verdient en dat de grens onder het bestaansminimum ligt. Dit is het structurele probleem waarmee vrijwel alle werknemers worden geconfronteerd, maar waarover niet wordt gespreoken.

Een dringend appèl

Wat zowel werkgevers als de overheid voorop moeten stellen, is het belang van Curaçao. Niet alleen het belang van hun bedrijf.

Is het goed voor dit land om alle bedrijven vol te zetten met buitenlanders?

Als Curaçaose jongeren en andere belangrijke categorieën blijven voelen dat zij naar Nederland moeten om een eerlijk leven te leiden, met een eerlijk loon en een geregelde pensioenvoorziening, dan zal Curaçao volstromen met buitenlanders.

Maar we moeten dan ook stilstaan bij alle andere gevolgen die een toestroom van buitenlanders met zich meebrengt. Die gevolgen zijn ingrijpend en complex. Zij raken onze cultuur, ons taalgebruik, onze gewoontes in het verkeer, hygiëne, veiligheid en leiden tevens tot een enorme uitstroom van geld naar het buitenland.

Het is niet in het belang van onze gemeenschap als overheid en bedrijfsleven niet begrijpen en accepteren dat de omstandigheden van de lokale bevolking beschermd moeten worden.


273 keer gelezen

Deel dit artikel: